Aan de vetbol!

Vetbollen, © Jeanette Essink

Broodkorstjes, op de keukenvloer gevallen en opgeveegde rijst, klokhuizen en een rotte peer. Daarboven een vetbol en daarnaast een regelmatig ontdooid bakje water (nooit zout erin) en zie: de tuin leeft van de mezen, vinken, mussen, roodborstjes, merels en eksters. Ook een koperwiek kwam al langs. Voor de vogels is het een ramp, vorst en wind, maar vogelliefhebbers halen hun hart op. Jeanette Essink kocht twintig kilo strooivoer en 25 kilo zonnepitten. Ze vult er glazen buizen mee, die van de bio-industrie afgekeken minigraansilo’s. Doe mij maar ouderwetse pindaslingers en vetbollen. Jeanette prikt stokjes in die vetbollen, waar vogels op gaan zitten. Haar ambachtelijk bereide blikvanger verdient aanbeveling: een leeg blik vol vet en zaden, laten stollen en dan de bodem eruit. Ophangen en de vogels hebben een bar met twee buffetten. Voorts smeert Jeanette pindakaas op boomstronken. Haar tuin is ook van nestkasten rijk voorzien en qua begroeiing een vogelparadijs. In het uitgeklede Drentse platteland is het een oase voor honderden vogels, waaronder sijzen, kepen, boomklevers, spechten. Ook tussen de betegelde en betonnen ‘tuintjes’ is een voedselrijk erf gauw een vogeldorado. Ik ga vanmiddag nog wat vetbollen kopen, voor eigen tuin en als sinterklaascadeautje voor anderen. Toch, als ik op de natuursites zie hoe de jaarlijkse voedertips weer van stal worden gehaald, denk ik soms: doe normaal. Tuinvogels lijken sneue stumpers die niet eens kunnen drinken zonder zich nat te maken, die voedsel alleen kunnen vinden als het extreem zichtbaar is. Ze worden, eindelijk kan ik dat woord eens gebruiken: gehospitaliseerd. Maar ach, wat geeft het. Ze kunnen het voer en water goed gebruiken en wij genieten van ze.