Aan de dijk

Grote zilverreiger, © Peter Teune

Uitwaaien op de zeedijk van Goningen, tussen Noordpolder en kwelders. Het is vogeltrektijd en waar vliegen meer trekvogels dan langs de kust? Het is zuidoostenwind – ideaal om uit de koers geraakte vogels te zien. Ze waaien mee tot ze de zee zien. Oeps, dat lijkt hen niks. Ze blijven aan de kust, tevens een handige routeplanner. Helaas is er behalve stormmeeuwen, blauwe reigers en een grote zilverreiger er niet veel op de wieken. Ah, en een torenvalk, binnendijks boven de akker biddend. Aan de voet van de dijk hippen witte kwikstaarten, steeds kort tjilpend. Hee: stipjes in het zenith. Door de kijker zie ik dat het zwarte vogels zijn. Ze vliegen in een V. Het zijn aalscholvers. Onder hen schiet een zwaargebouwde roofvogel over de kwelder. Ik denk aan een slchtvalk, maar in de kijker blijkt het een havik te zijn. Dit weidse land lijkt geschikter voor slechtvalken dan voor bosvogels als haviken, maar allicht dat een havik van een naburig erf eens de kwelder de bezoekt om een eend of steltloper te scoren. Hij of beter: zij (want groot) strijkt neer op een homp zware zeeklei naast de grote zilverreiger.

Even later maakt de zeedijk een zigzag en naast die zigzag ligt binnendijks een klein natuurgebiedje met water, riet en zandhopen. Er dobberen honderden wilde eenden en een paar kleine eendjes met gele driehoekjes aan hun staartjes: wintertalingen. Kieviten en goudplevieren sjouwen rond en wolken omhoog als een bruine kiekendief laag over ze heen schommelt. Het is een vrouwtje: groot en bruin. Ze zal binnenkort naar het zuiden afzakken, misschien helemaal naar de savannes voorbij de Sahara.