30.000 doodgemaaide leeuwerikjes

Veldleeuwerik voert jongen. Foto Hans Hut
Veldleeuwerik voert jongen. Foto Hans Hut

Dertig duizend jonge veldleeuweriken worden er elk jaar in de provincies Groningen en Drenthe doodgemaaid. Dat concluderen de Werkgroep Grauwe Kiekendief en Vogelbescherming Nederland na jarenlang inventariseren van deze vogels. Groningen en Drenthe zijn ‘s lands leeuwerikenrijkste provincies, omdat daar veel akkerland is. Maar dat akkerland verandert in grasland. Zelfs in het Oldambt en de Veenkoloniën, de graanstreken van Oost-Groningen, maakt de tarwe plaats voor egaal groen raaigras. Van 1980 tot 2013 nam het aandeel grasland er toe van 12 naar 22 procent.

Veldleeuweriken en andere vogels van het boerenland worden in Groningen en Drenthe jaarlijks op honderden plekken geteld. Dankzij dit Meetnet Agrarische Soorten is er goed zicht op aantallen leeuweriken en het gewas waarin ze broeden. In de provincie Groningen broedden de laatste jaren rond de 6300 paren veldleeuweriken, waarvan zowat een kwart in grasland.

Volgens Henk Jan Ottens van de Werkgroep Grauwe Kiekendief ziet dat gras er ideaal uit voor de vogels. Het wordt niet zo hoog, maar hoog genoeg om er lekker je nest er in verstoppen. Dat het gras na maximaal een maand gemaaid wordt, weten veldleeuweriken niet. Nadat hun jongen zijn doodgemaaid, beginnen hun ouders na twee weken opnieuw met broeden, omdat het opkomende gras zo aantrekkelijk is. “En zo herhaalt het drama zich”, zegt Ottens. Tussen de maaibeurten is er simpelweg te weinig tijd om de jongen groot te brengen.

Agrarisch natuurbeheer in akkerland levert voor veldleeuweriken geen resultaat op, waar dat akkerland verweven raakt met turbograsland. Wil natuurbeheer in akkerbouwgebieden bijdragen aan het behoud van veldleeuweriken, dan zal ook dat grasland minder intensief moeten worden beboerd. Of later maaien voldoende soelaas biedt, is de vraag. De Werkgroep gaat dat nader onderzoeken.

(Natuurdagboek Trouw dinsdag 3 maart 2014)