Groenland 10 – Poolvos

Poolvos jong

Hoe prachtig poolvossen ook zijn, wij zien ze liever gaan. Er zijn vijf bewoonde burchten in ons gebied. Vossen eten lemmingen en vis. Dat blijkt uit de foto’s op een camera met bewegingssensor, die bij een hol staat. Strandlopereieren zijn tussendoortjes. Vossen vinden de meeste nestjes. Of wij vossen de weg wijzen als we een nest vinden? De heetgebakerde discussie hierover leest u maar in Een Groenlander in Afrika.

Drietenen worden gemiddeld vier jaar oud, blijkt uit Jeroens analyse van honderden gekleurringde vogels. Het eerste seizoen slaan ze over, dus kunnen ze drie zomers broeden. Met vier eieren per nest, zijn dat twaalf eieren in het leven van twee vogels, dus zes nakomelingen per vogel. Als daarvan één volwassen wordt, blijft het aantal drietenen gelijk. Kennelijk gebeurt dat, want hoeveel vossenvraat er ook is, de drieteenstand lijkt stabiel te zijn. Het hoort er allemaal bij. Het is de natuur.

Op de camera bij een vossenhol staan aandoenlijke pups. Eén keer verschijnt een enorme, witte wolf op de plaat. Hij kijkt naar de lens. Wolven zijn de enige vijanden van de poolvossen hier. Wolven zouden een opsteker zijn voor de vogels, omdat ze de vossen onder de duim kunnen houden. Maar wolven zijn zeldzaam en ik vraag me af: is dat wel de natuur? Misschien waren er ooit veel meer. Ergens liggen vier muskusossenschedels bij elkaar. Het zijn de overblijfselen van een schranspartij van pelsjagers. Langs de hele kust, fjorden incluis, staat om de 25 kilometer een oude fangsthütte, een pelsjagershut. Tot ver in de twintigste eeuw stroopten Deense pelsjagers de kust en de pelzen af. Poolvossen hebben zich weer hersteld, maar wolven en ijsberen zijn er nog altijd weinig.

Groenland 10 – Poolvos
DELEN