Kever met prikkelende olie

Oliekever, Coleoptera Meloidae Berberomeloe majali, vrouwtje

In Spanje scharrelde ik door een vogelrijke hoogvlakte. Die hoogvlakte is ’s winters ijzig koud en ’s zomers zinderend heet. In mei is het er alleszins draaglijk, maar meestal is het leven er zeer zwaar. De streek heet Extremadura. Met Europese subsidie worden de houtwallen langs de uitgestorven landweggetjes er met klapeksters en klauwieren en al weggebulldozerd, maar eeuwenlang was menselijke activiteit er gering. De vogelactiviteit is er des te groter. Het wemelt er van grauwe gorzen, leeuweriken, grielen, trappen en andere vogels van het boerenland, die we in West-Europa bijna overal tot de rand van de afgrond hebben weggewerkt. Die vogels vinden er kennelijk voedsel. Het gonst er dan ook van de insecten. Lees “Kever met prikkelende olie” verder

Aalscholvers boven troebel water

© Anna de Kuyer. Aalscholver

Groepen aalscholvers steken vliegend de Houtribdam over. Ze vliegen van het Markermeer naar het restant IJsselmeer. Daar is in de verte een enorme heisa aan de hand: gespartel, gespat. Wat gebeurt er?

‘De aalscholvers jagen de vis op’, zegt bioloog Mennobart van Eerden van Rijkswaterstaat. Hij stopt de auto om met de kijker naar het spektakel te kunnen kijken. ‘Vis zit overdag niet in de bovenste waterlaag’, legt hij uit. ‘Vis houdt niet van het licht dat ongeveer een meter doordringt. In het IJsselmeer zijn aalscholvers gaan samenwerken. Eerst visten ze ieder voor zich, nu in groepen.’ Lees “Aalscholvers boven troebel water” verder

Vlinder met argusogen

© Koos Dijksterhuis - Vale Argusvlinder

In Zuid-Europa zie je vaak een landschap van struiken met grazige, open plekken met bloemen en rotsen. Het ruikt er kruidig. In Frankrijk noemen ze dat landschap Maquis. Waar die typische geur vandaan komt weet ik niet, maar ik vond twee soorten salie, veel lavendel en rozemarijn, dus kruidig zal het zeker ruiken.

Hoewel het niet warm was, hoefde de zon maar even te schijnen of de door de struiken beschutte open plekken warmden flink op. Daar bloeiden de bloemen, daar fladderden de vlinders. Bruin blauwtje, bont zandoogje, koolwitje, koninginnepage en kolibrievlinder dwarrelden aan ons voorbij. Lees “Vlinder met argusogen” verder

Dromen van de klaproos

© Koos Dijksterhuis, Klaproos

Alleen al voor het plaatje zou ik de klaproos willen huldigen. Applaus voor de klaproos! Feller rood zie je een bloem niet gauw. Ze kunnen met hun allen een rode zee vormen, maar kleuren uitstekend bij tarwegroen, fluitekruidwit, korenbloemblauw, ganzenbloemgeel. En ook bij een blauwe zee.

Klaprozen zijn akkerbloemen. Gelukkig zijn ze meer dan dat. Zoals u weet gunnen we in Nederland geen ruimte meer aan akkerbloemen. Alles wordt tot in de sloot bespoten. Zelfs wegbermen worden vaak zo grondig gemaaid of bespoten dat geen bloem het volhoudt. Maar akkers zijn voor korenbloemen vooral omgewoelde, kale grond. Daar houden ze van. Klaprooszaad ontkiemt in de volle zon. Kale grond is er ook in bouwputten, langs spoorwegen en op door de wind geranselde kust van Corsica. De klaprozen deden Corsica eind april al rood uitslaan, toen ik hier nog niet een zag bloeien. Op dat eiland bloeiden ze alleen in het laagland, boven de 500 meter stonden ze nog niet eens in knop. Als je de bergen in trekt en op gaat, draait het seizoensverloop zich om. Op de toppen blinkt de winter.

Van de rode bloemen is wel gedacht dat ze zich voedden met mensenbloed. Op de van bloed doordrenkte slagvelden in de Eerste Wereldoorlog bloeiden de bloemen inderdaad uitbundig. Die velden werden net als akkers regelmatig omgewoeld. In Engeland staat de klaproos symbool voor gesneuvelden in The Great War.

Er is geen opium nodig om van papavers de stoutste dromen te dromen. Een zich uit zijn knop ontvouwende klaproos zou erotische associaties kunnen opwekken. Daarvan heb ik een niets verhullende foto, maar ik kan slechts één foto kwijt.

Waar zijn de vogels op Corsica?

© foto Koos Dijksterhuis, Boktor in spinnenweb

Twee weken waren we op Corsica. We verplaatsten ons van zuid naar noord in een ronkend bergtreintje, dat regelmatig uitgerangeerd werd. Dan hotsebotsten we in een bus met beslagen vensters. Gelukkig is Corsica klein en verplaatsten we ons vooral te voet. In de bergen bij Corte hield ik mijn kijker paraat, want er zouden arenden en gieren huizen en het was begin mei – tijd van de vogeltrek, tijd om te zingen, te baltsen en te broeden. Lees “Waar zijn de vogels op Corsica?” verder