Bastaardsatijnrups

© Koos Dijksterhuis, Bastaardsatijnvlinder (Euproctis chrysorrhoea)

Op het strand van Schiermonnikoog kroop een prachtige rups door het mulle zand. Hij probeerde een kniehoog duintje te bedwingen. Iedere stap omhoog rolde hij met korrels en al weer terug. Hij was ver van de duinen, maar misschien kon hij doorworstelend binnen een dag of twee het helmgras of de zeeraket halen, even verderop. Dochter knielde en stak een helpende hand toe. De rups richtte zich kwaad op, dochter deinsde terug. Het was een bastaardsatijnrups, wiens lange haren behoorlijk kunnen irriteren. Niet dat dat erg is, als je maar van zo’n rups afblijft. Lees “Bastaardsatijnrups” verder

Slakken te land en te water

© Koos Dijksterhuis, Haarslakje (Trichia hispida)

Bert Jansen verzamelt van alles, maar vooral zeeschelpen, zoetwaterschelpen en landslakken. Bert neemt me mee op slakkenjacht. Hij heeft een zeef aan een stok gebonden en haalt deze slakkenval door een sloot. Ik zie niets, maar Bert ontdekt een riempje, een pisidium en een te water geraakt landslakje. Er is een loep nodig om de schoonheid van de schelpdieren op waarde te schatten. Met vijf millimeter doorsnee blijft het riempje deze middag één van de grotere vondsten. Een riempje is een plat, rond schijfje. De windingen zijn smal en doen het slakkenhuisje lijken op een strak opgerolde broekriem. Dat heb ik uit Berts boek Kruipende huisjes , zelf had ik het nog niet bedacht. Het zou het riempje zijn van een minikabouter met een wespentaille. Er zijn vele soorten kleine, platte horentjes, de bekendste is de vier centimeter grote posthoornslak die je soms ziet drijven. Maar de meeste zijn piepklein en lijken op elkaar.  ‘Valt mee hoor’, vindt Bert, ‘het riempje heeft als enige een navel, kijk maar.’ Ja zeg, door de loep wordt in het midden een kuiltje zichtbaar. Lees “Slakken te land en te water” verder

Boompieper op schoolreisje

© Jeanette Essink, Boompieper

Het is schoolreistijd. Als er weer eens een intekenlijst op de klasdeur van onze zoon of dochter hangt, waarop een beroep wordt gedaan op ouders, schakelt mijn excuusmachine direct aan. Alsof de margedagen, ouderavonden, weekopeningen en -sluitingen niet al genoeg tijd kosten. Maar iemand moet het doen en je wilt je kind niet teleurstellen en de juf te vriendin houden. Ik maakte dus tijd toen juf me vroeg voor het schoolreisje. Andere ouders bleken jaloers! ‘Hoe kreeg je het voor elkaar dat je mee mocht?’ vroegen ze. Lees “Boompieper op schoolreisje” verder

Zangers in ‘t riet

‘Waar men zich tegenwoordig ook naar buiten begeeft, overal is leven en beweging, vroolijkheid en blijdschap’, zo begint het artikel ‘Van de zangers in ’t riet’, in het weekblad Natuurleven van 12 mei 1905, van redacteur J.J. Hof te Giethoorn. Vijf alinea’s lang bejubelt Hof de lente en de natuur, alvorens hij toekomt aan de zangers in het riet. ‘Het zijn vooral de rietzangers die men daar zoo ijverig bezig kan hooren. (…) Het is net of er een zangwedstrijd gehouden wordt, zoo ijverig zijn de verschillende mannetjes daarmee bezig.’ Lees “Zangers in ‘t riet” verder

Meer meeuw, minder koet

© Koos Dijksterhuis, jonge Meerkoeten

De meerkoeten waren al weken druk met het verdedigen van hun nest. Iedere vermeende vijand werd met elan en woest geklapwiek weggejaagd. Eindelijk zwom de familie rond, met maar liefst zeven kuikens. De kleintjes peddelden langs de rietkraag. Vader en moeder koet doken hapjes op die ze de kuikens aanreikten. Met hun rode koppies pikten die kuikens het hapje uit de voerende snavelpunt. Als één van ons aan de oever verscheen, riep een ouder een korte, schelle klank, waarna de kuikens toesnelden en dicht om de roepende ouder dromden. Onze kinderen gooiden broodkruimels. De oudervogels pikten die op en zwommen ermee naar de kuikens. Lees “Meer meeuw, minder koet” verder