Waar zijn de vogels op Corsica?

© foto Koos Dijksterhuis, Boktor in spinnenweb

Twee weken waren we op Corsica. We verplaatsten ons van zuid naar noord in een ronkend bergtreintje, dat regelmatig uitgerangeerd werd. Dan hotsebotsten we in een bus met beslagen vensters. Gelukkig is Corsica klein en verplaatsten we ons vooral te voet. In de bergen bij Corte hield ik mijn kijker paraat, want er zouden arenden en gieren huizen en het was begin mei – tijd van de vogeltrek, tijd om te zingen, te baltsen en te broeden. Lees “Waar zijn de vogels op Corsica?” verder

Cyclamen

Uit tropische wouden herinner ik me de vele kamerplanten die daar groeiden in een formaat waarvoor je de etagevloeren uit je huis zou moeten slopen.

Cotoneasters en zo, in reuzenvorm. Het is even wennen, huis-tuin-en-keukengroen in het wild tegenkomen. Helemaal onverwacht waren de cyclamen die afgelopen weken op Corsica stonden te bloeien. Ik dacht eerst: zeker door een grapjas geplant of gezaaid, of overgewaaid uit het stadje. Cyclamen horen echt in de kamer, hoewel ik ze niet in mijn kamer hoef, ze zijn me te kamerig. Dus was ik echt verbaasd ze zo veel in de Corsicaanse bergen te zien bloeien. Lees “Cyclamen” verder

Aangeslagen

Ruisvoorn aan de haak

Een vriend vertelde dat zijn zoon van negen wilde vissen. Zelf viste hij nooit, zijn vader wel. Zijn vader leefde niet meer. Al vergeten zoontjes veel, dat waarvan je wilt dat ze het vergeten, vergeten ze niet. Het gezeur om een hengel werd een refrein. Goed dan. Het was wel naar voor de vis, maar die zouden ze teruggooien. En vissen is ook een manier om van de natuur te leren houden. Liever met een hengel naar buiten dan achter de computer of voor de televisie hangen. We zitten voor de buis, maar achter de computer, misschien omdat we ons op de computer actiever voelen. Zo zitten we ook achter het stuur. Een visser zit naast zijn hengel. Lees “Aangeslagen” verder

Dode schoonheid

© foto: Koos Dijksterhuis, een dode Oehoe in Spanje

In Spanje zat een oehoe met gespreide vleugels op de grond. Op klaarlichte ochtend. De uil keek niet rond. Uilen kijken rond, bijna 360 graden, zeker als er mensen aankomen. Deze uil keek naar beneden. Leefde hij wel? Nee, hij had een gebroken nek, hoewel zijn ogen nog glansden. Ik wipte met twee vingers onder de snavel zijn kop iets omhoog en de vogel keek even dwars door me heen als een levende oehoe zou doen. Ik houd ervan als er dwars door me heen gekeken wordt. Ik houd van unheimnlichkeit. Uilen hebben iets unheimlichs. Geruisloze schimmen in de nacht. Lees “Dode schoonheid” verder

Blij met dode vogels

© foto Harvey van Diek, Beflijster

Voor de vakantie schreef ik dat ik twee keer per week in ons roetsige busje naar Flevoland op en neer rammelde. Dat ik de weg droomde en er desondanks vanaf raakte door een zeearend. Dat ik overal doodgereden dieren zag liggen. Dat die er een week later nog net zo bijlagen. Het was toen nog koud – de warmte had vast korte metten gemaakt met die krengen. Maar iets anders maakte de metten kort. Na dat natuurdagboek kreeg een ornithologisch aangelegde Trouw-redacteur een e-mail van een preparateur die (wan)hoopte dat ik toch wel het benul had een dode blauwe kiekendiefman mee te nemen en in te vriezen? Lees “Blij met dode vogels” verder