Bladeren

berijpt Eikenblad, © Jeanette Essink

Mijn dochter zit sinds de zomer op de middelbare school. In een stoet brugpiepers fietst ze acht kilometer heen, acht terug, met op haar rug acht kilo boeken. Een fietstas is niet cool. Ze vindt het leuk, ze doet het goed, maar haalde laatst haar eerste onvoldoende. Waarvoor? Ze keek me schalks aan, grijnsde en liet me even in het ongewisse. Biologie, zei ze. Afzetten tegen vader? Ze komt thuis met tuinkerszaadjes die ze moet opkweken, ze moet een werkstuk maken over boombladeren. O leuk, zeg ik, ik help je wel. Er moeten zeven soorten bladeren opgeplakt worden, elk blad zijn eigen papier, met in de hoek een lijstje gegevens: naam, wetenschappelijke naam, type blad. O ja, alle typen bladrand en nervigheid moeten vertegenwoordigd zijn. Sjonge jonge. Lees “Bladeren” verder

Kale zwam op spookbrug

Kale inktzwam, © K. Dijksterhuis

Kort geleden bezocht ik met een vriendin de plek waar kasteel Dijksterhuis stond. Het stond op dertig kilometer afstand van mijn huis, al was mijn huis er nog niet toen Dijksterhuis er nog was. In de buurt van Pieterburen sleet de borg zijn laatste jaren leegstaand en afbladderend tot het in 1903 werd gesloopt. Er is niets meer van over behalve de plek met een slotgracht – een overstatement voor de met elzen en vlieren begroeide sloot. Maar toch. Het gras wordt soms gemaaid, de sloot wordt soms gebaggerd, maar de plek blijft een onbenut eilandje in het zo intensief benutte akkerland van het calvinistische Noord-Groningen. Misschien komt het doordat er een geest rondwaart. De geest van de moor die er zijn ex-geliefde en heur minnaar vermoordde en voor straf opgeknoopt werd. Zijn geest zorgde voor dagelijks eerherstel van de telkens weggeboende bloedvlek. Ik stam uit een bloeddorstig geslacht. Voorouders, goden en geesten zijn soms effectieve natuurbeschermers. Lees “Kale zwam op spookbrug” verder

Koekoeksbloem voor luie tuiniers

Dagkoekoeksbloem, © K. Dijksterhuis

Voor de niet grondig tuinierende tuinliefhebber zijn dagkoekoeksbloemen een uitkomst. Dagkoekoeksbloemen stellen geen hoge eisen aan de bodem, het licht, de concurrentie met andere planten. Ze doen het meestal wel, u moet het al bont maken met cement en onkruidverdelger wilt u dagkoekoeksbloemen uitroeien. Hun wulps gevormde, felroze bloemen geven wekenlang kleur aan de tuin. Nee, maandenlang. Ik zie ze nog steeds bloeien, al krijgen vergelende planten de overhand. Die torsen de zaaddozen, soms nog vol, meestal al leeggeschud. Net als klaprozen vullen uitgebloeide koekoeksbloemen hun zaaddoos vol zwarte korreltjes die er in de wind uitslingeren. In bloei zijn die zaaddozen zacht en zitten ze als ballonnetjes onder de bloem. Aan die ballonnetjes danken koekoeksbloemen hun familienaam: silene. De Griekse Silenus, vader van de silenen, had een dikke pens en dronk veel en lag vaak zijn roes uit te buiken. Lees “Koekoeksbloem voor luie tuiniers” verder

Vertederende meeuw met boeventronie

Zilvermeeuw, © K. Dijksterhuis

Zilvermeeuwen zijn geen knuffeldieren. Misschien omdat ze zonder pardon de kuikens van knuffelbare vogels opeten, misschien omdat ze kuikens van soortgenoten opeten, misschien omdat ze vuilniszakken openscheuren en ons laten zien wat een smeerlappen wij zijn. Maar vooral omdat we op hun uiterlijk afgaan. Ze hebben dankzij hun fronsende ogen en scheve voorhoofd een weinig aaibare tronie. In de lente kunnen deze zware jongens trouwens heel teder zijn en zo met elkaar flikvlooien dat je er zin van zou krijgen. Maar ja, daar zitten dan weer lusten en driften achter. En lusten en driften vertrouwen we niet, we zijn er te gevoelig voor. Bovendien is het geen lente. Lees “Vertederende meeuw met boeventronie” verder

Keurige, maar gladde varens

Eikvaren, © K. Dijksterhuis

Op Schiermonnikoog gleed ik als kind tijdens duinwandelingen uit over de kleine varens, die de noordhellingen begroeiden. Ze waren groen maar hun onderkanten waren oranje bespikkeld. Dat zijn, legde mijn vader uit, de sporen. Eikvarens rangschikken hun sporen in keurige rijtjes van keurige stippels. Er zit geen vlies omheen, de sporen kunnen onbelemmerd wegwaaien. Lees “Keurige, maar gladde varens” verder