Dromen van de klaproos

© Koos Dijksterhuis, Klaproos

Alleen al voor het plaatje zou ik de klaproos willen huldigen. Applaus voor de klaproos! Feller rood zie je een bloem niet gauw. Ze kunnen met hun allen een rode zee vormen, maar kleuren uitstekend bij tarwegroen, fluitekruidwit, korenbloemblauw, ganzenbloemgeel. En ook bij een blauwe zee.

Klaprozen zijn akkerbloemen. Gelukkig zijn ze meer dan dat. Zoals u weet gunnen we in Nederland geen ruimte meer aan akkerbloemen. Alles wordt tot in de sloot bespoten. Zelfs wegbermen worden vaak zo grondig gemaaid of bespoten dat geen bloem het volhoudt. Maar akkers zijn voor korenbloemen vooral omgewoelde, kale grond. Daar houden ze van. Klaprooszaad ontkiemt in de volle zon. Kale grond is er ook in bouwputten, langs spoorwegen en op door de wind geranselde kust van Corsica. De klaprozen deden Corsica eind april al rood uitslaan, toen ik hier nog niet een zag bloeien. Op dat eiland bloeiden ze alleen in het laagland, boven de 500 meter stonden ze nog niet eens in knop. Als je de bergen in trekt en op gaat, draait het seizoensverloop zich om. Op de toppen blinkt de winter.

Van de rode bloemen is wel gedacht dat ze zich voedden met mensenbloed. Op de van bloed doordrenkte slagvelden in de Eerste Wereldoorlog bloeiden de bloemen inderdaad uitbundig. Die velden werden net als akkers regelmatig omgewoeld. In Engeland staat de klaproos symbool voor gesneuvelden in The Great War.

Er is geen opium nodig om van papavers de stoutste dromen te dromen. Een zich uit zijn knop ontvouwende klaproos zou erotische associaties kunnen opwekken. Daarvan heb ik een niets verhullende foto, maar ik kan slechts één foto kwijt.

Waar zijn de vogels op Corsica?

© foto Koos Dijksterhuis, Boktor in spinnenweb

Twee weken waren we op Corsica. We verplaatsten ons van zuid naar noord in een ronkend bergtreintje, dat regelmatig uitgerangeerd werd. Dan hotsebotsten we in een bus met beslagen vensters. Gelukkig is Corsica klein en verplaatsten we ons vooral te voet. In de bergen bij Corte hield ik mijn kijker paraat, want er zouden arenden en gieren huizen en het was begin mei – tijd van de vogeltrek, tijd om te zingen, te baltsen en te broeden. Lees “Waar zijn de vogels op Corsica?” verder

Cyclamen

Uit tropische wouden herinner ik me de vele kamerplanten die daar groeiden in een formaat waarvoor je de etagevloeren uit je huis zou moeten slopen.

Cotoneasters en zo, in reuzenvorm. Het is even wennen, huis-tuin-en-keukengroen in het wild tegenkomen. Helemaal onverwacht waren de cyclamen die afgelopen weken op Corsica stonden te bloeien. Ik dacht eerst: zeker door een grapjas geplant of gezaaid, of overgewaaid uit het stadje. Cyclamen horen echt in de kamer, hoewel ik ze niet in mijn kamer hoef, ze zijn me te kamerig. Dus was ik echt verbaasd ze zo veel in de Corsicaanse bergen te zien bloeien. Lees “Cyclamen” verder

Aangeslagen

Ruisvoorn aan de haak

Een vriend vertelde dat zijn zoon van negen wilde vissen. Zelf viste hij nooit, zijn vader wel. Zijn vader leefde niet meer. Al vergeten zoontjes veel, dat waarvan je wilt dat ze het vergeten, vergeten ze niet. Het gezeur om een hengel werd een refrein. Goed dan. Het was wel naar voor de vis, maar die zouden ze teruggooien. En vissen is ook een manier om van de natuur te leren houden. Liever met een hengel naar buiten dan achter de computer of voor de televisie hangen. We zitten voor de buis, maar achter de computer, misschien omdat we ons op de computer actiever voelen. Zo zitten we ook achter het stuur. Een visser zit naast zijn hengel. Lees “Aangeslagen” verder

Dode schoonheid

© foto: Koos Dijksterhuis, een dode Oehoe in Spanje

In Spanje zat een oehoe met gespreide vleugels op de grond. Op klaarlichte ochtend. De uil keek niet rond. Uilen kijken rond, bijna 360 graden, zeker als er mensen aankomen. Deze uil keek naar beneden. Leefde hij wel? Nee, hij had een gebroken nek, hoewel zijn ogen nog glansden. Ik wipte met twee vingers onder de snavel zijn kop iets omhoog en de vogel keek even dwars door me heen als een levende oehoe zou doen. Ik houd ervan als er dwars door me heen gekeken wordt. Ik houd van unheimnlichkeit. Uilen hebben iets unheimlichs. Geruisloze schimmen in de nacht. Lees “Dode schoonheid” verder