Wandelen in Vennebroek

Goudvink, © Jeanette Essink

Aan de noordkant van Paterswolde ligt het kleine landgoed Vennebroek van Natuurmonumenten. We stallen onze fietsen bij en toegangshek aan de Paterswoldse weg en wandelen de oprijlaanop, tussen rijzige eiken. Langs het koetshuis met informatiecentrum lopen we naar de villa Vennebroek, uit 1848. Er zijn nog heel wat paddestoelen te zien, in Vennebroek zijn al meer dan tweehonderd soorten gevonden. Vleermuizen zijn hier natuurlijk ook, maar overdag zie je die niet, en in november hangen ze in hun winterschuilplaatsen te winterslapen. Dat is wel zo veilig voor de nachtvlinders hier. Nu zijn er wintervlinders, maar afgelopen lente is in Vennebroek een Fraaie Walstrospanner gevangen. Die is nog maar een paar keer eerder in Nederland gezien en dan nog vooral in Zuid-Limburg. Lees “Wandelen in Vennebroek” verder

Spin op de plee

spin
© K. Dijksterhuis

Vlak voor ik ga slapen wil ik de w.c. doortrekken, als er iets van onder rand te voorschijn daalt. Het beweegt. Een stevige spin probeert aan de binnenkant tegen het steile porselein op te klimmen. Dat lukt niet, het is dat de spin zich als een bergbeklimmer met draden heeft verzekerd, anders zou ie in het water plonzen. Een spin doorspoelen krijg ik niet over mijn hart. Ik pak hem bij een poot, maar hij spartelt zo hevig dat hij losglipt, neerstort en vlak boven het water blijft hangen aan zijn draad. Een spinnendraad als levensader. Lees “Spin op de plee” verder

Stadsduif!

Parijse stadsduif, © K. Dijksterhuis

Stadsduiven, sommige mensen haten ze, anderen voeren ze. Ze schijten op de was en op het haar, maar voor haar schijnt het wel goed te zijn. Opnieuw de was wassen is vervelend maar het gaat eruit. Duivenpoep is verteerd plantaardig voedsel, misschien verzacht dat de ergernis van sommigen. Duiven eten vegetarisch en dat alleen al onderscheidt ze van ratten. Toch worden ze telkens vliegende ratten genoemd, ik weet niet meer aan welke schrijfster we die succesvolle term danken. Net als ratten ruimen stadsduiven patatjes op en broodresten. Wie laat patatjes en brood slingeren? Ik vind duiven leuk. Lees “Stadsduif!” verder

Plataan met esdoornblad

Plataanblad, © K. Dijksterhuis

Na de Japanse toverboom van gisteren durf ik nog wel een exotische boom aan: de plataan. Er is haast mee geboden, want nog een paar dagen en ze zijn kaal. Daarbij: ik was met iemand in Parijs en waar platanen de straten flankeren. Zowel Japanse ginkgo’s als Franse platanen vind ik prachtig, al hoor je in natuurliefhebbende kringen niet van exoten te houden. Hoe de bruine platanenbast van de stam schilfert… Er komt geel te voorschijn. Geel wordt groen. Groen-geel-bruin; platanenbast hult zich in camouflagekleuren. Lees “Plataan met esdoornblad” verder

Japanse boom met stinkend toverzaad

Ginkgo

Deze herfst kom ik veel ginkgo’s tegen. Ik kan me niet heugen dat ik zeg twintig jaar geleden zo vaak Japanse tempelbomen zag. Ben ik ze vergeten of zijn ze algemener geworden? In de herfst vallen ze op – weinig bomen hebben blad dat zo geel wordt. Ginkgoblad is ook bijzonder van vorm. En van structuur. Je mag het officieel geen blad noemen. Ofiicieel hangt het tussen blad en naald in. Ginkgo’s zijn geen loofbomen, geen naaldbomen, het zijn naaktzadigen. Wel gaan de naakte zaden gekleed in hoesjes. Als de naakte ginkgozaden gevallen zijn, rotten hun hoezen weg en stinken ze naar ranzige boter. Daarom worden er vooral mannelijke bomen geplant, zonder zaden. Ginkgo’s zijn sierbomen, ooit ingevoerd uit Oost-Azië. Lees “Japanse boom met stinkend toverzaad” verder