Schaatsenrijders zijn geen lieverdjes

Schaatsenrijder, © K. Dijksterhuis

Terug van vakantie wacht een stapel brieven en stroomt een rij e-mails van lezers binnen. Hartverwarmend, die reacties, echt leuk, ook de terechtwijzingen zijn welkom, maar hoewel ik streef naar een snel antwoord, lukt dat niet. Vooral de post blijft wachten. Een gefrankeerde antwoordenvelop hoeft niet, al zou die tijd schelen. De mails zijn gemakkelijker te beantwoorden, als de elektronische snelweg geen uithollingen overdwars bevat. Soms is het meer een elektronische zandweg. Eén bericht kan ik niet meer vinden, zodat ik de afzender niet kan noemen. Het viel een lezer op dat er na jaren van schaarste ineens zoveel schaatsenrijders op het water schaatsen. Lees “Schaatsenrijders zijn geen lieverdjes” verder

Zwarte nachtschade

Zwarte nachtschade, © K. Dijksterhuis

Op braaklandjes en in mijn tuin bloeien planten die veel op aardappelplanten lijken. Met die bloempjes die mij altijd aan Turkse kaboutertulbandjes doen denken. Vijf witte, spitse kroonbladen wijzen hun punt naar achteren. Te midden daarvan steekt een geel staafje uit: de helmhokjes met het stuifmeel. Sommige bloemen zijn uitgebloeid. Daar zwellen bessen op. Nu nog groen, straks zwart. Het zijn zwarte nachtschaden. Lees “Zwarte nachtschade” verder

Hongerige zwaluwen

Jonge boerenzwaluwen bedelend om eten, © Peter Teune

Een maand geleden liep ik langs de binnenstadsrand van Groningen. Het was hoogzomer en de blauwe lucht gierde van de gierzwaluwen. Nu zijn die met stille trom vertrokken. Zoals ze er elke lente eind april ineens zijn, merk ik elk jaar in augustus dat ik ze al een tijdje niet meer hoorde. Maar in juli gierden ze nog rond. Lees “Hongerige zwaluwen” verder

Blauwe kiekendieven worden akkervogels

Prooi overdracht Blauwe Kiekendief, © Hans Hut

Ze hadden het wel eens eerder geflikt, maar nu lijken blauwe kiekendieven structureel voor akkers te kiezen. In de provincie Groningen hebben althans twee paartjes met succes in een korenveld gebroed. Eén paar bracht vier jongen groot, het andere liet er twee uitvliegen. Een derde paartje kwam niet verder dan baltsen. Ondertussen kwijnt de soort weg op de Waddeneilanden.

De blauwe kiekendief lijkt het voorbeeld van de grauwe kiekendief te volgen. Die verdween als broedvogel uit de duinen, moerassen en hoogvenen, maar broedt sinds 1990 in akkers. Dertig, veertig paren houden dat vol dankzij nestbescherming en vooral dankzij brede akkerranden waar veldmuizen te vangen zijn. Nestbescherming en akkerranden zijn het resultaat van samenwerking tussen akkerbouwers en de Werkgroep Grauwe Kiekendief. Deze zeer actieve werkgroep beschermt en onderzoekt niet louter grauwe, maar ook blauwe en bruine kiekendieven en andere akkervogels.

Het is mooi dat twee paar blauwe kiekendieven in een akker terecht konden, maar dat de vroegere Nederlandse populatie van tegen de 160 paren is geslonken tot een stuk of dertig, is minder mooi. Het zal misschien komen door het matiger prooiaanbod en het hogere gras in de duinen, waardoor die prooien lastiger te vangen zijn. Ook lastig voor kiekendieven zijn de grote grazers die overal in de natuur worden losgelaten.

Zijn de vogels nou van de Waddeneilanden aan het verhuizen naar akkerland op de wal? Of is er toevallig eens een paartje in een akker beland en hebben hun jongen die voorkeur overgenomen? Eén van de Groninger broedvogels doet het laatste denken. Die blauwe kiek was drie jaar geleden als kuiken geringd in een perceel wintergerst bij Emden.

Gespecialiseerde bijen

Honingbij op brunel, © K. Dijksterhuis

Na een treinreis van 12 uur zijn we in Oostenrijk. Gebroken gaan we slapen in zo’n houten huis met balcons vol gerania en petuniae. Om zeven uur worden we wakker gebeierd door het kerkje van het Alpendorp. Witte muren, zwarte spits. De zon straalt, de lucht is wolkenloos, de bergen zijn hoog, steil en badend in oranje zonnegloed. Het pension heeft een zwembad. Daar hangen wij rond. Er zijn weinig vogels, weinig bloemen. Oostenrijk gaat prat op gutbürgerlichkeit en daarin past geen rommel. Op het glooiende, gemillimeterde gazon bloeien twee soorten bloemen: brunel en witte klaver. In de loop van de ochtend wordt het warm en komen steeds meer bijen op die twee soorten bloemen af. ’s Middags zijn ze weer weg, maar ’s morgens vormen de bijen een hecht netwerk – elke halve meter zoemt er één op of vlak boven de grond. Een vriend die mee is waarschuwt herhaaldelijk voor het risico van blote voeten. Hij paradeert behoedzaam naar zijn handdoek.

Ik volg een bij met de camera. Hij vliegt van witte klaver naar witte klaver. De brunellen negeert hij. Een andere bij zit op brunel. Hij loopt zoemend naar een andere brunel. Hij toont geen enkele belangstelling voor witte klaver. Ook andere bijen blijken trouw te zijn aan één van beide bloemen. Blijkbaar hebben ze zich binnen het tweepartijenstelsel in één partij gespecialiseerd. Ik probeer de mogelijke voordelen van zo’n specialisatie te bedenken, maar mijn gemijmer wordt onderbroken door een bloedstollende kreet. De vriend die mee is stapt op een bij en wordt gestoken. Hij steekt zijn voet in het ijskoude zwembad maar het blijft schrijnen.