Het geweven stroma van de halmverstikker

Halmverstikker Foto Meint Mulder
Halmverstikker. Foto Meint Mulder

Als biologen het over een stroma hebben, kunnen ze het vochtige basismateriaal in bladgroenkorrels bedoelen, maar hebben ze het meestal over een weefsellaag, bijvoorbeeld in het oog of in het beenmerg. Ook de groeiwijze van korstzwammen wordt een stroma genoemd. Korstzwammen groeien als een plak om bijvoorbeeld een dode tak heen. Er zijn er ook die als groeiplaats een grashalm de voorkeur geven. De halmverstikker is er zo een, al is die geen lid van de korstzwammen maar hoort hij bij de zakjeszwammen. Lees “Het geweven stroma van de halmverstikker” verder

Het broedgebied voorbij gevlogen

Roodkopklauwier Foto Koos Dijksterhuis
Roodkopklauwier Foto Koos Dijksterhuis

Boven in een meidoorn in de duinen zit een klauwier. Vanuit een uitkijkpunt, meestal boven in een alleenstaand boompje op open terrein, speurt de vogel naar kikkers, hagedissen, muizen en grote insecten. Meent hij een prooi te zien, dan stort hij zich erop. Klauwieren zijn zangvogels die zich gedragen als roofvogels.

Toen Nederland nog een afwisselend landschap had, broedden er maar liefst drie soorten klauwieren. Twee ervan zijn we kwijtgeraakt, de derde raakten we bijna kwijt maar die keert de laatste jaren op wonderbaarlijke wijze terug, vooral in en rond Drenthe. Dat betreft de grauwe klauwier. Lees “Het broedgebied voorbij gevlogen” verder

Kleine, dunne zweefvlieg

Slanke driehoekszweefvlieg op pinksterbloem. Foto Koos Dijksterhuis
Slanke driehoekszweefvlieg op pinksterbloem. Foto Koos Dijksterhuis

Vanwege de lage temperaturen en de droogte komt de lente traag op gang. Maar nu de vergeet-me-nietjes, pinksterbloemen, akkerhoornbloemen en consorten dan toch in bloei staan, verschijnen er steeds meer zweefvliegen, bijen, wespen en andere insecten.

Zittend op mijn terras spied ik rond en zie ik van alles passeren. Kegelbijvliegen, grasbijen en bonte zandoogjes hangen rond de kamperfoelie en de klimop. Oranjetipjes hoppen van pinksterbloem naar pinksterbloem, waar ze soms een zweefvlieg opjagen. Lees “Kleine, dunne zweefvlieg” verder

Tweetonig geratel in het riet

Sprinkhaanzanger. Foto Koos Dijksterhuis

Nog steeds heb ik geen koekoek gehoord, geen wielewaal, geen nachtegaal. Ik kijk dagelijks hoopvol naar boven, of er al gierzwaluwen zijn. Wel zag ik nog net in april mijn eerste huiszwaluwen. Boerenzwaluwen vlogen vier weken eerder reeds door mijn blikveld.

Op 1 mei werkte een kleine bruine rietvogel zich uit de naad om zijn vrouwelijke soortgenoten in te lichten over zijn kwaliteiten als zanger en dus als vader. In de vogelwereld worden zang- en vaderschapstalent vaak met elkaar geassocieerd. Lees “Tweetonig geratel in het riet” verder

Een kort leven als eindstadium

Eendagsvlieg of haft Gewone tweevleugel. Foto Koos Dijksterhuis
Eendagsvlieg of haft Gewone tweevleugel. Foto Koos Dijksterhuis

Veel insecten beginnen hun leven als larve of nimf en bereiken pas na een gedaanteverwisseling of enkele vervellingen hun volwassen stadium: het imago. Dat klinkt alsof er via onbeduidende tussenstadia naar een gewichtig einddoel gestreefd wordt. Dat valt te bezien. Vaak leeft een insect veel langer als larve dan als imago. Op de toendra van Groenland leeft een beervlinder die veertien jaar rups kan zijn, alvorens nog even als vlinder te verschijnen. Als rups wordt er gegeten, als vlinder wordt er voortgeplant. Vlinders drinken wel nectar als energiebron, maar eten doen ze alleen als rups. Lees “Een kort leven als eindstadium” verder