Geen bruine vis

Dode Bruinvis op de Balg te Schiermonnikoog, © K. Dijksterhuis

Zaten we met vrienden op het strand een boterham te eten, komt Frans aanlopen met een aangespoelde bouwvakkershelm op zijn kop. Hij sleept iets aan een touw achter zich aan. Het is een dode bruinvis. Dat wil zeggen: de huid van een bruinvis. De vissenstaart, de huid, de schedel. De wervelkolom is eruit, de ingewanden ook op wat schraapsel aan de huid na. En wat hersenen in de schedel. Een kwab die uit een oogkas flabbert. Er zwermen vliegen omheen. Op de enorme strandvlakte aan de oostpunt van Schiermonnikoog tref je tot boven zee vliegen aan. In het water spelen watervlooien en vlokreeftjes de rol die vliegenmaden te land hebben. Lijken opvreten. We bekijken de vergane bruinvis gefascineerd, maar we bekijken hem niet van alles kanten. Van de ene kant is de stank ondraaglijk. Tjongejonge, wat een lijkenlucht. Lees “Geen bruine vis” verder

Trekjuffers

In augustus komen de Noordse winterjuffers na een zomerstop op gang. Nou ja, voor zover ze er zijn dan. Ze zijn zeldzaam en waren zelfs bijna helemaal uit Nederland verdwenen, maar komen de laatste jaren weer wat meer voor. Deze juffers brengen als volwassen juffers de winter door. En zijn daarbij niet honkvast. Integendeel, de Noordse zijn echte trekjuffers. In de herfst zweven ze uit hun leefgebied in het natte grensgebied tussen Zuidoost-Friesland, de Kop van Overijssel en de Noordoostpolder  naar drogere gronden in het noordoosten. In Friesland, Drenthe, Groningen, Twente en Duitsland brengen ze de winter door. Dat doen ze op een heideveld of een ruig grasveld tussen houtwallen. In de lente keren ze terug naar de Kuinderplas, de Wieden, de Weerribben en de Rottige Meente. Ze kunnen flink uit de koers raken, blijkt uit zomerwaarnemingen. Noordse winterjuffers zijn niet zo koersvast, ze laten zich meevoeren door de wind. Dit staat allemaal door Ronald van Seijen beschreven in het Friese natuurblad Twirre.

In de herfst waait er meestal een zuidwester, dat komt wel goed. In de lente krijgen de juffers paar- en eidrang als het mooi weer is. Oostenwinden brengen mooi weer mee. In de eitijd is het vrij vaak noordoostenwind. Maar soms wordt er uit het zuidoosten gewaaid en belanden de juffers waar ze niet moeten zijn. Dat wil zeggen, ze kunnen best een mooi meertje vinden  hun eitjes in te leggen. Bijvoorbeeld in midden-Friesland. Maar dan wordt het herfst en waaien ze met nageslacht en al naar het noordoosten. En komen ze te noordelijk uit voor droge heideveldjes of houtwallenweidjes. En gaan ze alsnog de pijp uit.

De ruimdenkende poelslak

Poelslak, © K. Dijksterhuis

De twee bekendste en grootste zoetwaterslakken van Nederland zijn de posthoornslak en de poelslak. De poelslak heeft een slakkenhuis dat wel zes centimeter kan worden. Hij leeft in sloten, vijvers en vennen, in stilstaand water dus. Poelslakken hebben een long en komen regelmatig aan de wateroppervlakte hun longen volzuigen. Als je zo’n slak dan probeert te pakken, probeert hij zich gauw te laten zinken. Niet te diep, want dan zou hij weer helemaal naar boven moeten kruipen om te ademen en slakken zijn niet bijster snel. Lees “De ruimdenkende poelslak” verder

Linde

Linde te Katlijk, © K. Dijksterhuis

Lindebomen kunnen dertig meter hoog worden. Dat is half zo hoog als sommige tropische woudreuzen, maar linden groeien niet in de tropen. Ze hebben slechts een half jaar groeiseizoen en waarom zouden ze zo hoog worden als andere bomen dat niet doen? Groeien heeft alleen zin als je ermee om licht kunt wedijveren.

Prachtige bomen, linden. Lees “Linde” verder

Schelpen uit het oosten

Korfmossel, © K. Dijksterhuis

In september 2004 reed ik op een warme dag langs Strand Horst, waar ik even pauzeerde voor een duik in het Veluwemeer. In het water vond ik schelpjes op de bodem. Lege schelpen van geribbelde tweekleppigen. Ze waren dikker en steviger dan zoetwaterschelpen meestal zijn. Het waren geen driehoeksmosselen of iets anders bekends. Ze hadden een donkergroene buitenkant en een glanzend lila binnenkant. Ik had ze nog nooit gezien. Lees “Schelpen uit het oosten” verder