Geelpootmeeuwen op de vlucht

Geelpootmeeuw, © K. Dijksterhuis

In Istanboel is het altijd goed toeven, maar zeker in de nazomer, als de vogeltrek op gang komt. Ooievaars die met duizenden over de Blauwe Moskee zwermen, arenden die omhoog cirkelen en in glijvlucht over de Bosporus zeilen. Dat zeilen doen grote vogels die te zwaar zijn om op eigen spierkracht naar Afrika te vliegen.  Omhoog schroeven doen ze op thermiek: warme, stijgende lucht. Thermiek is er alleen boven land en dus verdringen de vogels zich voor de Bosporus om de Middellandse Zee te omzeilen. Het is begin september aan de vroege kant voor de grote trek van arenden. De eerste schreeuwarenden passeren, maar wespendieven zijn er meer. Dat zijn grote, slanke buizerden. Lees “Geelpootmeeuwen op de vlucht” verder

Snelle zweefvlieg in pyjama

Pyjamazweefvlieg Episyrphus balteatus, © K. Dijksterhuis

Zijn streepjespakje zou je met een gevangenisuniform kunnen vergelijken, maar de eerste die de soort zijn naam gaf zag er een pyjama in. Of nee: niet de dwarse streepjes, maar de onopvallende grijze strepen in de lengte bovenop zijn glanzend koperen nek zijn vast de pyjamajas. Die nek wordt door kenners vreemd genoeg het borststuk genoemd. Het hart op de tong, de borst op de nek. De rode oogjes hebben op de naamgever misschien een slaperige indruk gemaakt, hoewel ze wel wagenwijd opengesperd staan. De soort wordt ook wel cocacolazweefvlieg genoemd, vraag me niet waarom. Lees “Snelle zweefvlieg in pyjama” verder

Vasthoudende sabelsprinkhaan

Struiksprinkhaan, © K. Dijksterhuis

‘Eeuw!’ roepen kinderen als ze iets vies vinden. Ooit was dat getver of jakkes. Op een elektronische stamtafel waar ik weleens aanschuif woedt een korte discussie over deze verrijking van het Nederlands. Iew schrijft de een. Een ander meent er iewl in te horen. Weer iemand vermoedt dat meisjes iiiiieuw en jongens iiieowl zeggen. De volgende weet zeker: het is euwl. Ik hoor er eeuw in en ik kan het weten, want mijn kinderen zijn niet zuinig met die uitdrukking. Lees “Vasthoudende sabelsprinkhaan” verder

IJs in de berg

Alpenkauw, © K. Dijksterhuis

Uit het Oostenrijkse dorp waar we zijn vertrekt wekelijks een bus naar een ijsgrot. Een ijsgrot lijkt jong en oud wel wat. We vertrekken half 10 en zijn er een half uur later. De bus slalomt ronkend een berg op. Als we voor de entree onze spaarpot hebben omgekeerd, stijgen we een half uur door de mist naar een kabelbaan die in een paar minuten honderden meters hoogteverschil overbrugt. Ook boven is het mistig. Door de mist klinkt het hoge, gezellige gekwetter van Alpenkauwtjes. Dat zijn kraaiachtigen met zwarte veren, rode poten en een gele, kromme snavel. Zoon merkt op dat zij zichzelf misschien wel kauwtje noemen en onze torenkraai als laaglandkauw bestempelen. Opgewonden over deze vondst struikelt hij en kukelt hij bijna de loodrechte rotswand af. Lees “IJs in de berg” verder

Juffers in de boom

Houtpantserjuffer Hortus Haren, © K. Dijksterhuis

In een sloot zag ik een waterjuffer eitjes afzetten. Ze stipte met haar kont telkens de waterspiegel aan. Een houtpantserjuffer was ze dus niet. Houtpantserjuffers zetten hun eitjes niet af in het water, maar in de bast van loofboomtakken. Die moeten wel boven het water hangen, want de larven laten zich van de tak af in het water plonzen. Daar vervellen ze meteen, want hun eerste velletje is waterafstotend. In de boom is dat handig als verdediging tegen regen en dauw, maar in het water ondoenlijk en dus ontdoen ze zich ervan. Als larve vervellen ze nog negen keer. Ondertussen jagen ze op muggenlarven. Van juni tot oktober kruipen ze uit het water en sluipen ze uit hun huid.  Eind augustus vliegen de meeste houtpantserjuffers rond. Lees “Juffers in de boom” verder