De koddige steenuil

Eén van de koddigste vogels die we in Nederland hebben is de steenuil. Dit is objectief vast te stellen, als verhouding hoogte-breedte. Oftewel: hoe ronder, des te koddiger. Daarom vinden we roodborstjes en staartmezen ook zo schattig, veel schattiger dan heggemussen of koolmezen. Een steenuil die vanaf een dak de omgeving in de gaten houdt, en zijn of haar helderziende ogen op de argeloze voorbijganger richt… wel, die moet de voorbijganger wel blij maken, toch?
Al zijn er vast die zich ongemakkelijk voelen onder die borende blik. Wij mensen kijken elkaar liever niet aan. Stel je voor dat je eens contact maakt! Nee, dat vermijden we liever, straks worden we nog afgewezen of zelfs afgesnauwd. En dan die lange poten. Handig om mee door het gras te rennen als je een regenworm ziet, maar schattig zijn ze niet. Minpuntje. Dan is een dwerguiltje toch net iets… dat zijn de roodborstjes onder de uilen. Maar hé, dwerguiltjes komen hier niet voor. …
Mij brengt de eerste zwaluw de lente

Ooit was ik in de herfst in West-Afrika en daar zag ik boerenzwaluwen. Die broeden in Europa maar overwinteren in tropisch Afrika, tot in Angola aan toe. Daar worden de seizoenen meer door regentijden bepaald dan door daglengten. De zwaluwen brengen er geen zomer. Ze broeden er ook niet, maar jagen er boven de regenwouden op insecten. Wat ze aan malariamuggen wegwerken voorkomt misschien wel meer ellende dan de klamboes die Bill Gates uitdeelt.
Bij ons broeden ze wel, van april tot september. Begin oktober vertrekken ze en in maart en april keren ze weer. De eerste boerenzwaluw is weken geleden al gezien, met de wind in de rug over het strand van Zeeuws-Vlaanderen. Of die de zomer bracht? Het broedseizoen nadert en één moet de eerste zijn. Ik kijk altijd uit naar hun komst. De eerste zwaluw brengt mij de lente. …
Zadelzwam – niet op zitten!

Stel dat er een vrachtwagen langs een beuk, wilg, iep, esdoorn of es schuurt, en een strookje boombast van de stam stoot. Dan zou zich op de wond een spore van een zadelzwam kunnen vestigen. In de lente en zomer kan daar vervolgens een paddenstoel uit de wond schieten. Van eiken zijn de zwammen minder gecharmeerd – dat hout is ook zo hard. De es is de meest geliefde groeiplaats van zadelzwammen.
Als een zadelzwam ontspruit, zal de boom het uiteindelijk niet overleven. Maar dan was die boom al niet bijster fit meer. Gezonde bomen weten zadelzwammen meestal wel buiten de deur te houden. Eenmaal gevestigd, dan dringt de paddenstoel met zijn zwamvlok het hout in, dat gaat rotten. …
Roodborsttapuit

Op 6 maart zag ik mijn eerste roodborsttapuit dit jaar. Het was een zingend mannetje dat zwierige baltsvluchten maakte. Een vrouwtje was nabij. Op 8 maart zag ik weer twee roodborsttapuiten, twee kilometer verderop. De vorige twee lentes zag ik op die plekken ook vaak roodborsttapuiten.
Roodborsttapuiten zie ik vaker dan in mijn jonge jaren. Ze voeren wel bij natuurontwikkeling, waarbij voedselrijke landbouwgrond verwilderde. Roodborsttapuiten houden erg van zulke verruigende velden, met planten, struiken, hier en daar een boom of paaltje als uitkijkpost.
De mannetjes zijn prachtig rood, zwart en wit. Ze zingen een aardig, afwisselend deuntje en ze roepen een scherp ‘tik!’ Alsof je twee kiezelsteentjes tegen elkaar slaat. …
Bordeauxrode sneeuw

De populieren bloeien of zijn net uitgebloeid. Populieren worden vanouds veel aangeplant, en helaas zijn dat meestal Canadese of Italiaanse populieren. Voor plantsoenen zijn witte abelen meer in zwang: ook een populierensoort.
Niet dat er geen inheemse populieren zijn, integendeel: als er één inheemse bomenfamilie is… Je zou zwarte populieren ’s lands oerbomen kunnen noemen. Denkend aan Holland zag Marsman ze als pluimen aan den einder staan. Zwarte populieren zijn zeldzaam geworden. …
Een lust voor oog en neus

De eerste wilde viooltjes die in bloei komen zijn de maarts(e) viooltjes. Die kunnen met hun allen de grond onder een nog kaal loofbos paars doen kleuren. Ook in de tuin zijn ze prachtig. Paars is trouwens een te gemakzuchtige benaming van de kleur, die meer naar blauw neigt dan naar rood. Het is dan ook violet. Sterker nog: die kleur zou zelfs naar de plantenfamilie genoemd kunnen zijn, omdat veel soorten viooltjes violet zijn. Toch lijkt het waarschijnlijker dat de planten naar de kleur zijn genoemd. Het woord violet is terug te voeren op Middeleeuws Frans. Met een muziekinstrument heeft dat voor zover bekend niets te maken, die viool stamt uit het Italiaans. …
Kranige sterfte

Als jonge vogelaar zag ik nooit kraanvogels. Ik hoorde soms dat anderen kraanvogels hadden gezien. Dat waren altijd overvliegende vogels tijdens de trektijd, en altijd boven Zuidoost-Nederland.
De eerste keer dat ik in Nederland kraanvogels zag, was begin april, midden jaren negentig. Ik reisde van mijn moeders verjaardag terug naar Groningen en zag in Drenthe uit de trein twee kraanvogels in een weiland. Ik geloofde het bijna niet. Niemand in de volle wagon leek ze op te merken. …
Vroege vlinders

Dit zou twintig jaar geleden de tijd zijn dat overwinterende kleine vossen en dagpauwogen uit hun schuilplaatsen tevoorschijn kwamen. Nu deden ze dat een maand geleden. Ik zag ze eind februari al. Ze warmden zich in de zon en gingen op zoek naar klein hoefblad voor een slokje nectar.
Klein hoefblad bloeide nog maar net. Januari en de eerste helft van februari kenden in Noordoost-Nederland een landklimaat met aanhoudende temperaturen rond en onder het vriespunt. Dat zette diverse reeds in december ingezette lenteverschijnselen een tijdje in de koelkast.
Toen eind februari en begin maart ook op de Grunneger toendra recordtemperaturen van bijna twintig graden werden gehaald, barstten die lenteverschijnselen los. Plotseling werd onze tuin bevolkt door aardhommels en citroenvlinders, kwamen narcissen en zelfs judaspenning tot bloei, en botten wilgen- en andere katjes uit. …
Kikkers en salamanders

Afgelopen herfst groef ik een tuinvijver. Vanuit twee dieptepunten van ruim een meter liepen de oevers geleidelijk dan wel trapsgewijs op. De vijver stond nog maar halfvol, of de eerste kikkers en salamanders dienden zich aan.
Groene en bruine kikkers overwinteren graag in de modder op de bodem van water, dat diep genoeg is om niet te bevriezen. Tegenwoordig lijkt een halve meter ijs me het dikst haalbare. Ruim een meter diep is dus overdreven, maar ja, ik was zo lekker bezig met graven.
Modder is er nog niet in de vijver en ik zie ook geen dril, hoewel bruine kikkers nu aan de leg zijn. Dat dril zit vaak onder de wateroppervlakte en is dus goed zichtbaar. Groene kikkers komen pas in de loop van april op dreef, en zetten hun eitjes dieper af. Groene kikkers zijn veel meer aan water gebonden dan bruine. Na de paring trekken bruine kikkers het land op, later gevolgd door de nieuwe generatie. Groene kikkers blijven op de oevers zitten en kwaken uit volle wangzakken. …