Kolibrievlinders zien meer dan gedacht

Kolibrievlinders zien meer dan gedacht

Kolibrivlinder. Foto Koos Dijksterhuis
Kolibrivlinder. Foto Koos Dijksterhuis

Kolibrievlinders kijken waar ze hun snuit in steken. Dat lijkt misschien voor de hand te liggen, maar dat ligt het niet. Van insecten werd altijd vermoed dat hun zenuwstelsel niet in staat was tot oog-grijp-coördinatie. Dat is namelijk een ingewikkeld gedoe: het oog moet de objecten in drie dimensies lokaliseren en dat doorgeven aan de hand of ander grijporgaan. Bij kolibrievlinders is dat de proboscis, de holle roltong die ze uitsteken om nectar uit bloemen te zuigen.

Kolibrievlinders zijn dagactieve nachtvlinders. Ik dacht dat ze ook ’s nachts actief waren; ik zat eens in een Oostenrijkse pensionkamer met een balkon waar iedere avond een kolibrievlinder de onvermijdelijke gerania afschuimde. Maar die had er lamplicht bij.

Onderzoekers van de universiteit van Konstanz ontdekten dat kolibrievlinders hun ogen gebruiken bij hun bloemenstrooptochten (PNAS nr. 121/6). De vlinders schieten met razendsnel fladderende vleugels van bloem tot bloem, en blijven steeds even voor een bloem hangen om daar hun tong in te steken en nectar te tanken. Ze hebben grote moeite om de ingang van een bloem te vinden als ze hun tong niet kunnen zien. De onderzoekers bonden de vlinders een blinddoekje om en filmden ze met razendsnelle precisiecamera’s.

Weinig vlinders hebben zo’n lange tong als kolibrievlinders: drie centimeter. Die tong is geen tastorgaan maar heeft wel twee (kortere) tastorgaantjes naast zich: de palpen. Proeven doen vlinders wonderlijk genoeg met hun pootjes. Let maar eens op hoe een vlinder op een bloem zit en daarbij met zijn pootjes trappelt. Vlinders kunnen ook goed ruiken en doen dat met hun antennes. Een soort gehoororgaan bevindt zich in de vleugels en boven op hun kruin hebben ze twee ocelli, bij-oogjes die lichtintensiteit opmerken. Die vullen de grote facetogen aan, die in elk geval voor kolibrievlinders veel belangrijker blijken dan altijd werd gedacht.

(Natuurdagboek Trouw, donderdag 22 februari ’24)

 

DELEN

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *